Mijn twee stoelen

Hoe doe je dat allemaal?

Soms zijn mensen extreem verbaasd, wanneer ze me vragen wat voor twee bedrijven ik dan wel heb. Ik vertel dan dat ik een vertaalbureau heb en dat ik in principe “alle talen” lever.

“Hè? Hoe doe je dat, spreek jij al die talen dan?”

“Nee hoor, wees gerust, ik doe dat niet allemaal in mijn eentje. Zelf doe ik het Engelse werk en daarnaast heb ik een trouw clubje freelancers die de andere talen voor hun rekening nemen. Met sommigen van hen werk ik al samen sinds het begin in 1987, met anderen al vele jaren. Ik weet wat ik aan ze heb en dat is wederzijds.

Het is prachtig om op de stoel van de vertaler te zitten, elke dag is het weer een uitdaging om teksten in de doeltaal te maken die een getrouwe weergave zijn van de tekst in de brontaal en ook nog eens mooi lopen en correct zijn gesteld en gespeld. Ik ben dol op puzzelen én op taal, twee talen om precies te zijn, en dat komt me in dit werk als beëdigd vertaler goed van pas. Ook tolk ik regelmatig bij notarissen, dat is leuk werk.

Therapie

In mijn tweede bedrijf geef ik diverse vormen van therapie: counseling, magnetiseren, hypnotherapie en zo.”

Dan worden hun ogen zo groot als schoteltjes. Ze kijken me ongelovig aan.

“Sjonge, dat is écht helemaal iets anders!”

“Ja, leuk hè?! Dat vind ik nou fijn. Om twee totaal verschillende dingen te doen. Vertalen betekent hele dagen aan de computer werken; het is niet fijn om dat de hele week te doen. Ik was dus blij met de mogelijkheid om ook op die andere stoel te gaan zitten, die van therapeut.”

Dat doe ik al sinds 2000 toen ik begon als Reiki master. Diverse andere behandelvormen en vaardigheden leerde ik daar later nog bij. In dit werk heb ik mijn hersens óók keihard nodig, net als mijn vaardigheden op het gebied van communicatie, mijn kennis van de psychologie, maar ik hoef nu minder uren te maken achter de computer. En wat nog veel belangrijker is: Het is immens dankbaar werk: Wat dacht je, als je na jaren een cliënt van lang geleden hoort zeggen: “Jij weet wat voor man ik heb gehad”  en ik – terugdenkend aan hoe hij was – verschrikt reageer met “Hoezo gehad?”

“Ja, ik heb hem nog wel hoor, maar hij is zó veranderd!”

“Toch wel in positieve zin hoop ik?”

“Ja héél positief, je kent hem niet terug, hij is jou daar nog altijd geweldig dankbaar voor!”

“O, wat ben ik blij om dat te horen!”

Waarna ze vertelt dat ze belt voor dat buurmeisje dat het zo moeilijk heeft en dat ze toen meteen aan mij dacht…

Het buurmeisje komt aanstaande vrijdag.

Snap je ’t nu? Dat van die twee stoelen?